Basisprincipes van het logiesdecreet

De snelle evoluties in het toerisme, zoals de opkomst van internetplatformen en creatieve logiesvormen, maakten meer flexibiliteit in de logiesregelgeving nodig. Flexibiliteit en administratieve vereenvoudiging zijn in het voordeel van zowel de logiesuitbater als de overheid. Tegelijk blijft het nodig dat een logiesdecreet de algemene kwaliteit en veiligheid van het logiesaanbod in Vlaanderen stimuleert en een zekere orde schept in het logieslandschap.

Het logiesdecreet gaat uit van de volgende principes: 

Veiligheid en kwaliteit vormen de essentie en gelden voor iedereen

Elke logiesuitbater die mensen tegen betaling te slapen legt, moet voldoen aan dezelfde basisnormen inzake brandveiligheid en kwaliteit. Het maakt niet uit of het om een professionele uitbating of bijverdienste gaat en of het logies rechtstreeks wordt aangeboden of via tussenpersonen of een internetplatform. Elk logies moet brandveilig en verzekerd zijn, goed onderhouden en proper zijn, de toerist voldoende informeren en voldoen aan minimale toeristische uitbatingsnormen. Het logiesdecreet regelt geen zaken die al in andere regelgeving voorkomen, zoals ruimtelijke ordening, fiscaliteit, misleidende reclame ... Uiteraard moet het logies hier wel aan voldoen, alleen zal Toerisme Vlaanderen deze normen niet controleren.

Vertrouwen en verantwoordelijkheid geven  

De overheid vertrouwt erop dat de logiesuitbater te goeder trouw is en de basisnormen volgt, ook zonder de bewijzen te moeten opsturen ‘naar Brussel’. De uitbater moet zijn logies wel aanmelden bij Toerisme Vlaanderen. Er is geen vergunningsplicht, wel een erkenningsmogelijkheid. Een logiesuitbating moet aan basisnormen voldoen, maar kan starten zonder dat een 'inspecteur' vooraf is komen controleren. Documenten en attesten moeten wel ter plaatse aanwezig zijn en kunnen worden ingekeken. 

Administratieve vereenvoudiging: overheid als coach  

Het logiesdecreet vraagt slechts een beperkt aantal documenten en ook de procedures zijn zeer 'light'. De klemtoon ligt niet op administratieve handelingen maar op het stimuleren van kwaliteit. De uitbater die een logies vrijwillig laat erkennen, kan ook een comfortclassificatie ('sterren') krijgen (in geval van een hotel, B&B, vakantiewoning, camping en vakantiepark). Hij beslist dus zelf om dat comfortniveau wel of niet te gebruiken en zichtbaar te maken. De 'inspecteur' is ook een logiesadviseur die logiesuitbaters helpt om de basisnormen te volgen en hem of haar stimuleert om zich te laten erkennen en een comfortclassificatie te bekomen.

De overheid controleert gericht  

Beperkte (papieren) administratie geeft tijd om logies te bezoeken. Een logiesuitbater kan zelf een controle vragen zodat hij of zij met een gerust hart mensen te slapen kan leggen. Maar de overheid voert ook zelf proactief of bij twijfels en klachten controles uit. Elke uitbating moet immers aan de basisnormen voldoen.

Ruimte voor innovatie, creativiteit en eigenheid  

De nadruk op een beperkt aantal basisnormen inzake kwaliteit en veiligheid geeft ondernemers meer ruimte om te innoveren en om creatieve logiesvormen in de markt te zetten. Het logiesdecreet laat flexibiliteit toe zodat dit kader ook geldt voor nieuwe logiesvormen en de vele initiatieven uit de deeleconomie.

Tussenpersonen zitten mee in het bad  

Het logiesdecreet bevat ook bepalingen voor tussenpersonen (online platformen, boekings- en verhuurkantoren) die logies aan de markt aanbieden. De overheid kan bijvoorbeeld adressen van logies opvragen bij deze tussenpersonen om gerichte controles uit te voeren.

Het logiesdecreet geldt niet voor
jeugdverblijven, bivakplaatsen, festivalcampings, gratis logies, verhuur uitsluitend in besloten kring (familie en vrienden), paalkamperen ...

Naar boven