Ruimte voor toerisme en recreatie in Vlaanderen (RuiTeR)

ruimte voor toerisme en recreatie in Vlaanderen
Ter voorbereiding van het nieuwe ruimtelijke structuurplan Vlaanderen liet Toerisme Vlaanderen de studie “Ruimte voor toerisme en recreatie in Vlaanderen” (RuiTeR) uitvoeren. Het doel van dit onderzoek was het bepalen van een onderbouwd ruimtelijk wensbeeld voor toerisme en recreatie, het inschatten en gebiedsgericht in kaart brengen van de toekomstige ruimtebehoefte voor deze sector in Vlaanderen, en het formuleren van ruimtelijke beleidsaanbevelingen hieromtrent.

Waarom belangrijk?

Om de economische potentie van de toeristisch-recreatieve sector in de toekomst niet te hypothekeren, moet er rekening gehouden worden met extra ruimte voor zowel een nieuw toeristisch-recreatief aanbod als voor een kwalitatieve verbetering van het bestaande aanbod. De toekomstige ruimtebehoefte voor toerisme en recreatie is de ruimte die op korte, middellange en lange termijn nodig is voor een gezonde ontwikkeling van de toeristische sector, maar eveneens de behoefte nodig om te voldoen aan de vraag van de toerist/recreant. De evolutie van het toeristisch-recreatief ruimtegebruik is sterk afhankelijk van demografische, socio-culturele, technologische, economische en ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook van tal van trends die zich binnen de vrijetijdssector zelf afspelen. De ruimtebehoefte, of beter gezegd de beschikbare bewegingsruimte voor de sector, wordt deels ook bepaald door het beleid.

Het gebiedsgericht in kaart brengen van de ruimtebehoefte voor toerisme en recreatie is noodzakelijk in het kader van de opmaak van het RSV 2020. Het partnerschapsmodel dat, volgens de beleidsnota van de minister van Ruimtelijke Ordening een fundamenteel uitgangspunt vormt voor de opmaak van het RSV 2020, vraagt een goed wetenschappelijk onderbouwde sectorale input van de toeristisch-recreatieve sector. In dit kader wordt er dus van alle ruimtebehoevende sectoren verwacht dat ze een eigen ruimtelijk ‘wensbeeld’ opmaken.

Daarnaast is er ook nog het recreatief medegebruik, dat als theorie een verantwoord en sterk principe is, maar in de praktijk al te vaak moeilijk te implementeren is op het terrein of alleszins tot discussies leidt tussen de verschillende sectoren en ruimtegebruikers (natuur, landbouw, cultuur,…). Een veelheid van sectorale regelgeving met impact op de toeristische en ruimtelijke ontwikkelingen maakt het er niet eenvoudiger op.

De studie ‘Ruimte voor Toerisme en Recreatie in Vlaanderen’ is afgerond in 2007. Het eindrapport kan geraadpleegd worden op de onderstaande link.

Eindrapport RuiTeR-studie (pdf 3,3Mb)

Komen tot gedragen beleidsaanbevelingen

In dit rapport werden voor de toeristisch-recreatieve sector een aantal beleidsaanbevelingen geformuleerd op het vlak van ruimtelijk ordening. Deze aanbevelingen werden in september 2007 voor advies aan het Kabinet van de minister van toerisme (minister Bourgeois) voorgelegd. In 2008 werden de resultaten en voorgestelde beleidsaanbevelingen van deze studie besproken met de belangrijkste spelers in het toeristisch-recreatieve veld. Het doel van dit overleg was te komen tot een door de toeristische sector gedragen visie die dan gebruikt zal worden ter voorbereiding van het RSV 2020. Op basis van dit overlegproces heeft Toerisme Vlaanderen de beleidsaanbevelingen bijgesteld.

Gedragen beleidsaanbevelingen (pdf)

Actualisatie en gedeeltelijke herziening van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen

Op 12 december 2008 heeft de Vlaamse regering principieel beslist om het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen te actualiseren en gedeeltelijk te herzien. De actualisatie van het RSV en de verlenging van de planperiode moet een oplossing bieden voor volgende zaken:

  • Heel wat cijfermateriaal “vervalt” door het bereiken van de planhorizon 2007. Behoefteberekeningen en taakstellingen moeten daarom geactualiseerd worden.
  • Een verlenging van de planhorizon tot 2012 laat toe om alle gewestelijke planningsprocessen effectief af te ronden en biedt de provincies en gemeenten de mogelijkheid om hun taken uit te voeren.
  • Acute knelpunten in uitvoering voor de thema’s wonen, werken, recreatie, mobiliteit en landbouw, natuur en bos die binnen de krijtlijnen en de samenhang van het huidige RSV aangepakt kunnen worden.

Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat de continuïteit van het ruimtelijke beleid kan gegarandeerd worden doordat de relatie tussen ruimtelijke uitvoeringsplannen en het ruimtelijke structuurplan verzekerd blijft.

In het kader van deze gedeeltelijke herziening werd er een belangrijk pakket van beleidsvoorstellen voor verschillende thema’s uitgewerkt. De resultaten van de RuiTeR-studie werden gebruikt om de beleidsvoorstellen voor toerisme, recreatie en sport te bepalen in het kader van de actualisatie en de gedeeltelijke herziening van het RSV. Voor toerisme en recreatie werd uitgegaan van een feitelijke uitbreidingsvraag van ongeveer 850 ha.

In de feitelijke uitbreidingsvraag van 850 ha zit de planologische ruimtevraag niet vervat (die komt op maximum 2000 ha). Indien alle zonevreemde activiteiten in dit pakket geregulariseerd worden, zal een uitbreidingsvraag van 850 ha voor de toeristische sector onvoldoende zijn. Tegelijkertijd moeten we er ons van bewust zijn dat de aanpassing van de ruimteboekhouding in het huidige RSV, dat blijft gelden tot 2012, heel waarschijnlijk meer dan voldoende zal zijn voor onze sector. We gaan ervan uit dat niet iedereen binnen dit en 2 jaar zijn camping of attractiepark begint uit te breiden.

Op lange termijn (tegen 2012) zal gewerkt worden aan een grondige herziening van het RSV. De voorliggende tekst omvat volgens ons naast cijfermatige beleidsaanbevelingen (ruimtebehoefte) ook heel wat andere beleidsaanbevelingen die nuttig zijn voor deze grondige herziening.

label beslist beleid